Te zachte banden zijn de nummer-één oorzaak van "snake bites" — twee gaatjes in de binnenband veroorzaakt door inklemming op een stoeprand. Te harde banden geven geen grip en een hobbelige rit. De juiste spanning vind je op de zijkant van de band gedrukt.
Hoe lees je de bandenspanning af?
Op de zijkant van elke fietsband staat een minimum- en maximumdruk vermeld, in PSI (Engelse eenheid) en/of bar (Europees). Voorbeeld: min 4.0 / max 6.0 bar. Voor de meeste fietsers is een waarde rond het midden ideaal.
Richtwaardes per fietstype
| Fietstype | Bandbreedte | Bar | PSI |
|---|---|---|---|
| Racefiets | 23–25 mm | 7–9 | 100–130 |
| Gravel | 32–40 mm | 3–5 | 45–70 |
| Stadsfiets / hybride | 28–37 mm | 4–6 | 60–85 |
| E-bike | 37–47 mm | 3.5–5 | 50–70 |
| MTB | 2.0–2.4" | 1.8–2.5 | 25–35 |
Hoe vaak controleren?
Fietsbanden verliezen langzaam lucht door de butyl van de binnenband heen — gemiddeld 0,5 tot 1 bar per maand bij stadsfietsbanden, en zelfs sneller bij smalle racefietsbanden. Goede gewoonte:
- Stadsfiets: elke 2 Ã 3 weken knijpen, maandelijks meten
- Racefiets: voor élke rit met een pomp met manometer
- MTB / gravel: wekelijks bij actief gebruik
Zonder pomp met manometer: de duimtest
Druk met je duim hard op de band. Een correct opgepompte stadsband geeft maximaal 2–3 mm mee. Geeft hij makkelijk een centimeter of meer mee, dan is hij te zacht. Voelt hij steenhard, dan zit je waarschijnlijk goed (of erover, maar dat merk je vanzelf aan een ongemakkelijke rit).
Welke pomp is geschikt?
Een vloerpomp met manometer (€ 25–€ 50) is veruit de beste investering. Compactere meeneempompjes zijn voor onderweg — niet om wekelijks mee op te pompen.