Een verwaarloosde ketting kost je niet alleen een nieuwe ketting (€ 15–€ 40), maar trekt ook tandwielen en cassette mee. Vervangen van het hele setje loopt zo richting € 100 — terwijl een flesje kettingolie € 8 kost.
Hoe vaak moet je een ketting smeren?
De vuistregel: elke 200 tot 300 kilometer, en altijd na een rit door de regen. Voor de stadsfietser betekent dat in de praktijk: elke 4–6 weken bij droog weer, en een keer extra in een natte week. Een droge, piepende ketting is altijd te laat — dan zit de schade er al in.
Tekenen dat je ketting smering nodig heeft
- Piepend of krassend geluid tijdens het trappen
- Stroeve trapbeweging
- Visueel dof of roestig oppervlak
- Zwart, plakkerig vuil aangekoekt op de schakels (té veel én verkeerd middel)
Stap voor stap: ketting smeren
- Maak de ketting eerst schoon. Olie op een vuile ketting bindt het vuil alleen maar vaster. Gebruik een doek met ontvetter of een speciale kettingreiniger.
- Laat hem volledig drogen. Water en olie mengen niet — geef het 5 minuten.
- Druppel olie op de schakelpennen. Eén druppel per schakel, terwijl je de pedalen langzaam achteruit draait. Doe één volledige rondgang.
- Werk de olie in. Schakel een paar keer door alle versnellingen heen.
- Veeg het overschot eraf. Met een schone doek. Olie hoort ín de schakel te zitten, niet erop — daar bindt het alleen vuil.
Wanneer is je ketting versleten?
Een ketting rekt onder belasting micro-millimeters per schakel uit. Op een gegeven moment past hij niet meer perfect op de tandwielen — en dan begint hij die tandwielen óók te slijten.
Meet de slijtage met een kettingmeter (€ 5–€ 15). Bij 0,75% rek: ketting vervangen, tandwielen blijven goed. Bij 1% of meer: vrijwel zeker ook cassette en kettingbladen vervangen.