Versnellingen afstellen lijkt mysterieus, maar er zijn maar drie variabelen: de H-schroef (eindstand klein tandwiel), de L-schroef (eindstand groot tandwiel) en de kabelspanning. Snap je die drie, dan kun je 95% van de schakelproblemen zelf oplossen.
Voorbereiding
- Hang de fiets op (montagestandaard ideaal)
- Maak de derailleur, ketting en cassette schoon
- Controleer dat de derailleurhanger niet verbogen is — een verbogen hanger los je nooit op met afstellen
Stap 1: H-schroef (kleinste tandwiel)
- Maak de derailleurkabel los (bout op de derailleur).
- De ketting valt nu door veerwerking op het kleinste tandwiel.
- Draai aan de H-schroef tot het bovenste derailleurwieltje precies onder het kleinste tandwiel staat.
- Trap de pedalen rond — soepel en zonder kraken? Goed.
Stap 2: Kabel spannen
Trek de kabel met je hand stevig aan en zet hem vast onder de bout. Niet té strak: de derailleur moet nog "in rust" tegen de H-schroef aan staan.
Stap 3: L-schroef (grootste tandwiel)
- Schakel met de hand de derailleur naar het grootste tandwiel toe (kabel niet aanspannen, maar derailleur naar binnen duwen).
- Stel de L-schroef zo in dat het wieltje precies onder het grootste tandwiel staat — niet erover (in de spaken!), niet eronder.
Stap 4: Fijnafstelling met de stelbus
Op de derailleur of bij de schakelhendel zit een stelbus die je met de hand kunt draaien. Schakel rijdend (of in de standaard, trappend) door de versnellingen:
- Aarzelt het schakelen naar groter tandwiel: stelbus tegen de klok in (kabel meer spanning).
- Aarzelt het schakelen naar kleiner tandwiel: stelbus met de klok mee (kabel minder spanning).
- Springt hij over een tandwiel heen: spanning iets terug.
Zoek de spanning waar elke klik op de schakelaar correspondeert met precies één tandwiel verzetten. Een kwart slag is vaak al genoeg.
Voorderailleur (kettingbladen)
Werkt analoog: H- en L-schroef begrenzen, kabelspanning regelt het schakelen. Belangrijk: de buitenkant van de derailleurkooi moet 1–3 mm boven het grootste kettingblad staan, parallel aan de bladen.
Veelvoorkomende problemen
- Schakelt traag in alle versnellingen: kabel of buitenmantel vies of versleten — vervangen.
- Kraakt op één bepaald tandwiel: versleten ketting of cassette.
- Springt onder druk over: bijna altijd een versleten ketting (of versleten cassette).
- Wil niet meer naar het grootste tandwiel: derailleurhanger verbogen — laat dat rechtzetten met een Park Tool DAG-meter.